U bent hier: Home › Jeugdatletiek › Jeugdatletiek bij AVA › Baanatletiek › Baanatletiek algemeen

Baanatletiek algemeen

Atletiek kent verschillende onderdelen. Voor de jongste kinderen, vanaf 6 jaar wordt een beperkt aantal onderdelen geoefend. Voor de oudere kinderen komen er in de loop van de jaren steeds meer onderdelen bij, worden de afstanden langer en gaan ook de gebruikte gewichten omhoog.

De officiële onderdelen op de baan

  • Sprint: 100m, 200m en 400m
  • Midden afstand: 800m, 1000m, 1500m, 1 Engelse mijl, 2000m
  • Lange afstand: 3000m, 5000m, 10.000m, 1 uur
  • Horden: 100m (vrouwen), 110m (mannen), 400m Estafettes: 4×100, 4×200, 4×400, 4×800, 4×1500 (mannen)
  • Steeple chase: 2000m (vrouwen), 3000m (mannen)
  • Springonderdelen: hoogspringen, verspringen, hinkstapspringen (HSS), polsstokhoogspringen
  • Werpnummers: kogelstoten, kogelslingeren, speerwerpen en discuswerpen

Pupillen C en D (6 – 8 jaar)
Op een speelse manier maken de kinderen kennis met verschillende onderdelen.

  • Springen: verspringen
  • Werpen: balwerpen
  • Lopen: 40 meter sprint, 600 meter en 4x40m estafette.

De kinderen kunnen mee doen met wedstrijden die vooral in het weekend worden georganiseerd. De wedstrijden zijn bij AVA of bij een andere atletiekvereniging in de regio. We stimuleren de pupillen om mee te doen met de pupillen regiocompetitie (vier wedstrijden in het voorjaar) en de regio cross Competitie (vier wedstrijden in de winter).
De volgende onderdelen doen we wel tijdens de training maar nog niet tijdens een wedstrijd.

  • Springen: hoogspringen
  • Stoten: kogelstoten

Pupillen B (8 - 9 jaar)
De iets oudere kinderen gaan vaker naar wedstrijden. Er zijn twee wedstrijdonderdelen bij gekomen.

  • Springen: hoogspringen
  • Stoten: kogelstoten(2 kilogram)

De loopafstand is uitgebreid van 600 meter naar 1000 meter
Op de trainingen beginnen de onderdelen centraler te staan en het spel wordt op zijn beurt steeds meer gebruikt als ondersteuning van de trainingen.

Pupillen A (9 – 11 jaar)
De periode Pupillen A bestaat uit 2 jaar. Hier maken de kinderen kennis met de 60 meter sprint en wordt de estafette 4x60m.
De trainingen bestaan uit het combineren van spel met techniek. Zo wordt op de training meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld een aanloop voor het verspringen.

Junioren D (11 – 13 jaar)

Het aantal onderdelen wordt hier sterk uitgebreid. De wedstrijden worden anders en zal vaak niet alleen meer een meerkamp zijn, mar ook vaak individuele onderdelen. Bijzondere onderdelen:

  • Werpen: speerwerpen en discuswerpen
  • Lopen: hordelopen, meisjes 60 meter horden en jongens 80 meter horden

De jongens gaan nu over naar de drie kilogram met het kogelstoten de meisjes stoten nog twee jaar met de 2 kilogram. Voor de meisjes blijft het 4x60m en de jongens krijgen een 4x80m estafette.
De trainingen worden langzamerhand specialistischer.

Junioren C (13 – 15 jaar)
Op deze leeftijd krijgen de junioren steeds meer mogelijkheden om zich te ontwikkelen op één of twee onderdelen. Degene die niet kunnen kiezen blijven bezig met meerdere onderdelen.

Bij de jongens wordt er plaats gemaakt voor de definitieve sprintafstand. Van 80 meter naar 100 meter. Bij de meisjes verspringt de korte sprint van de 60 meter naar de 80 meter. Zo ook bij het hordelopen. En bij de werp en stoot onderdelen zullen de gewichten ook stijgen! Zo volgt de estafette ook weer: 4x80m voor de meisjes en 4x100m voor de jongens.

Junioren B (15 – 17 jaar)
Nu kan je meedoen aan een officieel Nederlands Kampioenschap!

De trainingen zijn gericht op uithoudingsvermogen en techniek. Vele atleten hebben zich op deze leeftijd al toegelegd op hun lievelingsonderdeel/ onderdelen.
Ook hier zullen de gewichten van de werp en stoot onderdelen weer stijgen!
Het hordelopen voor de jongens verspringt van 100 meter naar 110 meter. Naarmate je ouder wordt zal alleen de hoogte van de hordes nog veranderen.

Junioren A (17 – 19 jaar)
Het uitbreiden van de technische vaardigheden staat voorop. Ook krachttrainingen komen nu steeds vaker voor.

De jongens komen met het gewicht van de speer op het maximum (800 gram). Net zoals de meisjes (600 gram). Bij de meisjes gaan de onderdelen kogelstoten naar 4 kg en discuswerpen naar 1kg. De meisjes zitten nu ook op de korte sprint op 100 meter. De estafettes zijn nu gelijk, voor zowel de meisjes 4x100m als de jongens.

Senioren
Het op peil houden van en het uitbreiden van het prestatieniveau staat hierin centraal!

De mannen krijgen er nog 1,25 kilogram erbij met het kogelstoten (7,25 kilogram) net zoals de discus die van 1,75 kilogram naar 2 kilogram gaat.
De vrouwen zitten vanaf de A-junioren op het maximum van de gewichten. Net zoals het hordelopen (100m horden). Bij de mannen worden de horden van 100cm. naar 106,7 cm. verschoven.


Ogenblik a.u.b. ...